24 april 2015

Van wie is het onderwijs?



Dat is een leuke vraag. Je kunt ook zeggen van ‘wie is de school’ of ‘van wie is het onderwijs’. Die vraag werd onlangs actueel toen we spraken over de LEA ! De wat…?   De Lokaal Educatieve Agenda. Het is een stuk waarin we, een heleboel onderwijsinstellingen en gemeente, met elkaar spraken over wat in de  regio !!!!  nodig is aan onderwijs. Er kwam plots een stuk tekst binnen van een onbekende groep mensen die het onderwijs een warm hart toedragen.
  • -          Mogen die zomaar meepraten?
  • -          Hebben die er wel wat over te zeggen?
  • -          Waar komen ze vandaan?
 Laten we eens kijken wat onderzoekers er over zeggen.

In haar essay ‘Hoge verwachtingen, vrije uitvoering, stevige sturing’  ( E. Hooge, 2014 ) over onderwijsbestuur wordt in de inleiding de stelling geponeerd dat het onderwijs publieke oriëntatie ontbeert. Het onderwijs wordt door Hooge (hoogleraar Governance, bestuur en toezicht, Tias Nimbas, Tilburg) gezien als een groep organisaties die vooral naar binnen kijkt en niet veel opheeft met belanghebbenden, lees externe stakeholders. Wanneer de externe oriëntatie ontbreekt zou dat iets kunnen betekenen in de houding van veel scholen ten opzichte van die externe stakeholders. Kennelijk is de eigen opvatting over onderwijs belangrijker dan de opvatting van andere relevante organen.
Nou ja………….. onderwijsmensen zijn navelstaarders, aldus Hooge.

In zijn bijdrage aan de essaybundel “van deze tijd” poneert Govert Buys, hoogleraar politieke filosofie ( Vrije Universiteit), in zijn essay “van wie is de school?, christelijk onderwijs tussen staat, markt en samenleving” , de stelling dat de school van niemand is. De school is van ‘goed onderwijs’. Buijs stelt de vraag wie de stakeholders zijn; “Dat is een breed palet. Scholen zijn werkplaatsen waarin een samenleving via onderwijs de volgende generatie voorbereidt op hun toekomstige deelname aan de samenleving van morgen”.  Hij gaat verder en geeft aan dat de school het bedrijfsleven, de kerk, de ondernemer, de staat, de bank en natuurlijk de ouders kan binnenhalen. Laat de stakeholders vooral niet te smal zijn.  Buijs geeft hier een breed palet, maar zijn opvatting levert een mooie bijdrage aan de discussie. Het stakeholderlandschap is dus aan het verschuiven. Niet meer alleen de ouders zijn stakeholders, neem de gehele samenleving, de buurt of de wijk zoals Buijs het stelt.
Al weer iemand die zegt dat leerkrachten, directeuren en ook bestuurders !! niet alles te zeggen hebben.


Nog één dan.
Schoolbesturen hebben te maken met verschillende belanghebbenden zo schrijven Vink en Drückers in hun onderzoek (Maatschappelijke legitimering door schoolbesturen) “ Het morele eigenaarschap berust niet alleen bij oprichters, financiers of bestuurders, maar ook bij medewerkers, leden, ouders, leerlingen en de lokale of regionale samenleving waarbinnen zij opereren”. 

………  we moeten meer naar anderen buiten het onderwijs luisteren dus, want onderwijs is van ons allen !! ( het schoolplan komt er aan; een mooie kans ook mensen buiten het onderwijs te vragen, of ……….. in de LEA te kijken )

Jenne Wierstra




6 maart 2015

Doorgeschoten prestatiedwang


“Onrust onder ouders over schooladvies”, zo lees ik in Trouw. Er werd vorige week  een debat gehouden in de Tweede Kamer over de adviezen van de basisschool naar het VO.

Het gaat al jaren goed. Ook in Enschede is er een goed overleg tussen PO en VO om deze zaken af te stemmen. Er is een POVO commissie die al jaren afstemming zoekt tussen beide scholsoorten. Al jaren worden door het PO prima adviezen gegeven aan het VO, deels gebaseerd op de eigen waarneming, het CITO leerlingvolgsysteem en de CITO eindtoets. Daar hoeft met het wegvallen van de CITO eindtoets niets in te veranderen zou je zo zeggen. Zelfs het CITO vindt het advies van de leerkracht beter dan het eigen advies.

Er is echter in de beoordeling van het VO door de inspectie iets raars ingeslopen. Wanneer leerlingen met een HAVO advies terugvallen op het VMBO krijgt de school voor VO een minpuntje. Het gaat daarbij om het door de inspectie te bepalen ‘ onderbouwrendement’, een soort van doorstroomfactor dus. Het VO krijgt het dus een beetje warm onder het gat wanneer er teveel leerlingen ‘afstromen’. Heel warm eigenlijk en dat is ook de reden dat het VO van de basisschool eigenlijk maar één schooltype voor VO wil horen.

Want als er te veel leerlingen afstromen gaat dat ten koste van de goede naam die is opgebouwd met Open dagen, mooi folders, posters, et cetera.

Raar eigenlijk…………. laat ik nou de afgelopen twintig jaar begrepen hebben dat die brugklassen in het VO  juist bedoeld waren om te kijken welke richting het beste is voor de leerling.  Het rendement in de onderbouw zou juist goed zijn wanneer de school de leerlingen plaatst in de juiste stroom.

Of zou het dan toch te maken hebben met doorgeschoten prestatiedwang van de staatssecretaris?

30 januari 2015

Excellentie



Deze week was het zover. Zijne Excellentie Mark Rutte, onze premier, was opnieuw naar de bekendmaking én uitreiking van de predicaten excellentie gegaan voor het onderwijs. Het gaat dan om scholen voor PO en VO. Deze keer was de plaats van handeling de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.



VCO had twee scholen aangemeld voor dit predicaat of liever en beter geformuleerd; twee scholen hadden zichzelf aangemeld. Twee scholen vonden het de moeite waard om van een jury te horen hoe ze er voor staan. Voor CBS Anna van Buren was het de derde keer en bijna voorspelbaar. Voor de derde keer excellente school. Daarbij past opnieuw een van harte gefeliciteerd.



Ook CBS Het Sterrenpalet uit Eibergen had zich aangemeld. Na het bezoek van de jury kwam er een prachtig rapport. Er waren veel lovende woorden voor de school. De jury schreef: ”We zijn onder de indruk van wat er allemaal op deze school gebeurt”. Deze school kreeg net niet het predicaat, maar we gaan deze school zelf een predicaat geven, nl; “op weg naar een excellente school”. Ook voor deze school een hartelijke gelukwens.



Ik vind het fantastisch dat we nu ook scholen excellent kunnen gaan noemen en dat we niet alleen bezig zijn met voorkomen dat scholen door een ondergrens heen zakken, maar dat we naar omhoog kijken: “Mag het een onsje méér zijn?”



Overigens hebben we binnen VCO nog wel meer scholen waar we het predicaat excellent op zouden willen plakken.

Jenne Wierstra